Trends · Michel van der Ven · 17 February 2026
Een nieuwe studie van de telecomregulator BIPT toont aan dat Belgische consumenten niet snel geneigd zijn om van operator of tariefplan te veranderen, zelfs niet als dat een fikse besparing kan opleveren. Ook prijsvergelijkers worden opvallend weinig gebruikt. Waarom zijn we zo terughoudend, of misschien wel laks, als het geld voor het oprapen ligt? “Het is een praktijkvoorbeeld van een van de meest robuuste mechanismes in de psychologie, namelijk het defaulteffect“, zegt de gedragseconoom Mathias Celis.
Het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) inventariseert jaarlijks hoe consumenten de telecommarkt ervaren. Dat levert telkens weer actuele inzichten op over de tevredenheid van gebruikers, de manieren waarop we communiceren en televisiekijken (vast of mobiel, sms'en of appen, decoder of 'kabelknip') en over de assertiviteit van de consument ten aanzien van hun provider. Of liever, het gebrek daaraan.
Economisch gemotiveerd
Het BIPT stelt vast dat in de voorbije twaalf maanden amper een kwart van de ondervraagden van provider veranderde: 23 procent bij de mobiele gebruikers, 26 procent bij de afnemers van 'vast' internet en tv. Financieel voordeel is veruit de belangrijkste reden om van telecomoperator te switchen. Maar dat prijsverschil moet voor de Belg wel groot genoeg zijn, anders blijft hij gewoon zitten waar hij zit. Dat blijkt ook uit de aanhoudende populariteit van bundels (gsm, internet en/of tv bij één aanbieder): 86 procent van de respondenten heeft er een, ondanks een matige prijstevredenheid.
De regulator becijferde dat 70 procent van de bevraagden pas economisch gemotiveerd raakt om over te stappen bij een jaarlijkse besparing van 120 tot 180 euro. Op het eerste gezicht lijkt die winst enigszins beperkt, maar een simpele rekensom leert dat het voordeel na vijf jaar al oploopt tot 600 à 900 euro. Zulke besparingen zijn volgens het BIPT niet uit de lucht gegrepen. “Ze kunnen wel degelijk gerealiseerd worden, blijkt uit nationale prijsvergelijkingen, onder meer door eerder te kiezen voor gemengde oplossingen dan voor bundels en door ook alternatieve merken in de vergelijking te betrekken”, klinkt het.
‘Mensen blijven doen wat ze al doen. De standaardoptie die is ingesteld, die wint bijna altijd.’
Maar daar wringt vaak het schoentje: in ons land wordt opvallend weinig gebruikgemaakt van telecomprijsvergelijkers en andere hulpmiddelen die een overstap kunnen vergemakkelijken. Van de ondervraagde jongeren (18 tot 34 jaar) deed nog geen 40 procent een beroep op een vergelijkingsplatform, terwijl bij de 55-plussers zelfs maar 20 procent een kijkje nam op zo'n website. Al is er ook een lichtpuntje: van de respondenten die wél een tariefvergelijking maakten, besloot 55 procent om voor een aantrekkelijker plan te kiezen.
Gedragseconoom en psycholoog Mathias Celis. © MC
Wat weerhoudt ons ervan om ons wat assertiever op te stellen ten aanzien van 's lands operators? We legden de vraag voor aan gedragseconoom en psycholoog Mathias Celis.
“Het menselijk brein is een van de meest energieverslindende organen”, steekt hij van wal. “Het is doorheen de evolutie zo ontwikkeld om zoveel mogelijk energie te besparen. Daarvoor nemen we cognitieve shortcuts die ervoor zorgen dat we in zekere zin soms wat lui zijn; verandering kost immers mentale energie.”
Celis ziet dat ook perfect terugkomen in de onderzoeksresultaten van het BIPT. “Voor de meeste mensen is hun telecomabonnement een vakje dat lang geleden is afgevinkt, waarschijnlijk toen ze voor het laatst verhuisd zijn. Ze walsen daarna door het leven en hebben geen énkele incentive om te gaan kijken of er een beter tarief mogelijk is.” Dit is volgens de gedragseconoom inherent aan wie we zijn en hoe we functioneren. “Mensen blijven doen wat ze al doen. De standaardoptie die is ingesteld, die wint bijna altijd. We noemen dat in de psychologie het defaulteffect. En het geldt zowel voor banale dingen, zoals de vooringestelde beltoon van een gsm die mensen meestal niet meer aanpassen, als voor belangrijke keuzes, zoals orgaandonatie.”
Celis doelt daarmee op de zeer verschillende statistieken in België en Nederland, terwijl beide landen op heel wat vlakken nauw aan elkaar verwant zijn. “Het enige verschil is de manier waarop orgaandonatie wordt georganiseerd, en wat de standaardkeuze is. In België is in principe iedereen automatisch donor na overlijden, tenzij je dit expliciet niet wilt, in Nederland is het omgekeerd en moet je intekenen om donor te worden. In beide landen kruisen veel mensen het vakje niet aan – de standaardoptie – met een compleet ander resultaat.”
‘Er wordt voortdurend misbruik gemaakt van de luiheid van onze breinen, en we praten onszelf constant verhaaltjes aan om maar geen actie te moeten ondernemen.’
De status-quo-bias
Zodra het defaulteffect zijn werk heeft gedaan, treedt een gerelateerd psychologisch fenomeen op dat bekendstaat als de status-quo-bias: het bekende voelt veilig, het onbekende onveilig. “En dan gaan mensen allerlei irrationele argumenten bedenken om maar niet die stap naar het onbekende te moeten zetten”, legt Celis uit. Als voorbeeld noemt hij de grote groep mensen (70 procent) uit het BIPT-onderzoek die pas een overstap overwegen als ze er jaarlijks minstens 120 à 180 euro op vooruit gaan. “Dat is, in tegenstelling tot wat je zou denken, geen rationele drempel. Het is eerder de angst om iets kwijt te raken in vergelijking met het huidige abonnement. Mensen vragen zich af of de kwaliteit wel even goed zal zijn als de prijs zoveel lager ligt. Zullen ze misschien een mindere service krijgen? Er moet toch wel iéts mis zijn met dat aantrekkelijkere abonnement? Dit soort verhaaltjes gaan mensen zichzelf dan aanpraten, om maar geen actie te moeten ondernemen.”
Volgens Celis mag niet worden onderschat hoe krachtig het defaulteffect is. “Ik bedoel maar: als je diezelfde mensen zou kunnen garanderen, heel rationeel, dat ze met een half uurtje administratie misschien wel 180 euro kunnen verdienen, dan zouden de meesten daar geen moment over twijfelen.”
Na enkele jaren kunnen er al gauw vele honderden euro's worden bespaard, maar zelfs dat vooruitzicht lijkt de meeste consumenten niet op andere gedachten te brengen. Hoe verklaart u dat dan?
MATHIAS CELIS. “We zijn cognitief niet ontwikkeld om op de lange termijn te denken. Dat is ook de reden waarom we de hamburger nu verkiezen in plaats van een sixpack in de zomer. Hetzelfde geldt voor dat voordeel van pakweg 900 euro, verspreid over vijf jaar. Dat is voor de meeste mensen een te abstract gegeven, een ver-van-mijn-bedshow: het is nu in orde, dus waarom zou ik me allerlei miserie op de hals halen.”
Ondanks de algemene trend om bij dezelfde provider te blijven, stapte ongeveer een kwart van de respondenten in het afgelopen jaar toch over naar een andere aanbieder. Wat onderscheidt deze groep consumenten dan precies van de 'zittenblijvers'?
MATHIAS CELIS. “Mensen die actief bezig zijn met hun financiën en beleggingen, en een hogere numerieke intelligentie hebben, die groep vindt het vaak gewoon leuk om manieren te ontdekken om te besparen. Voor veel andere mensen is dat juist niet het geval: die krijgen stress wanneer ze over geld moeten nadenken, of de belastingbrief ontvangen. Een deel ligt er om die reden helemaal niet van wakker dat ze op een jaar ettelijke honderden euro's mislopen. Maar bij het gros van de consumenten, ik schat zo'n 70 tot 80 procent, valt het gedrag helemaal te verklaren door het defaulteffect en de status-quo-bias.”
Wat nog opvalt is dat vooral 55-plussers honkvast zijn en amper op zoek gaan naar prijsvergelijkingen. Wat is daar aan de hand?
MATHIAS CELIS. “Hier speelt een aantal dingen. Om te beginnen is deze groep consumenten over het algemeen wat minder tech savvy. Nieuwe technologie, zoals tools om prijzen te vergelijken, schrikt hen vaak af. Tegelijk zien ze door het bos de bomen niet meer: het telecomaanbod is zo overweldigend, dat ze voor zichzelf besluiten: “Ik ben al jaren klant, ben blij met mijn vaste contactpersoon, het werkt, niets meer aan veranderen – dan betaal ik maar een beetje meer”. Vergeet ook niet dat deze oudere groep consumenten vaak over een groter financieel vermogen beschikt, waardoor het voor hen ook iets minder uitmaakt allemaal. De convenience van het behouden van de status-quo is hen meer waard dan er economisch 100 of 200 euro op vooruit gaan.”
Strengere informatieverplichting
Onze menselijke aard speelt dus een grote rol, maar verklaart niet volledig waarom we zo trouw zijn aan onze providers. Heel wat consumenten zien gewoon op tegen de rompslomp van een overstap – van administratie tot de installatie van nieuwe apparatuur. Bovendien is lang niet iedereen op de hoogte van goedkopere alternatieven – ze weten dikwijls niet eens dat ze te veel betalen -, ook al liggen die soms voor het grijpen. Vaak kunt u zelfs bij uw huidige provider een betere deal krijgen, maar die zal daar zelden spontaan over communiceren. Dit ondanks een verplichting – sinds 2005 – om abonnees jaarlijks te informeren over het meest gunstige tariefplan voor hun gebruik. 57 procent van de ondervraagden geeft aan nog nooit kennis te hebben genomen van zo'n tariefplan.
BIPT-woordvoerder Jimmy Smedts kijkt daar niet van op. “Die informatie is vaak te moeilijk te vinden”, zegt hij. “We hebben daarom zopas besloten om de operators specifieke modaliteiten op te leggen, zodat zij de informatieverplichting op een meer uniforme manier gaan naleven. En dat niet alleen voor de hoofdmerken, maar evengoed voor de B-merken die de telecombedrijven als rechtspersoon commercialiseren (te weten Scarlet van Proximus NV, hey! en Voo van Orange Belgium NV, Tadaam van Telenet BV en Mobile Vikings en Jim Mobile van Mobile Vikings NV, nvdr). Die worden van stal gehaald wanneer een operator zich als prijsbreker wil profileren, maar de rest van de tijd blijven ze te veel op de achtergrond.”
Het besluit dat het BIPT deze week publiceerde bepaalt onder meer dat operatoren rekening moeten houden met al hun merken om het meest gunstige tariefplan te bepalen. “Daarbij is het vooral de bedoeling om de transparantie te vergroten en iedereen de mogelijkheid te bieden om doordachte keuzes te maken”, klinkt het. De telecombedrijven hebben nu negen maanden de tijd, tot half november 2026, om hun werkwijze aan te passen. In principe zouden ze hun klanten daarna ook minstens één keer per jaar moeten informeren over het bestaan én de tarieven van hun B-merken. En er zijn nóg voorwaarden:
- Operators moeten het huidige tariefplan vanaf november verplicht vergelijken met het meest gunstige plan.
- De informatie moet de belangrijkste kenmerken van beide tariefplannen en de maandprijs vermelden.
- Verder te vermelden: eventuele installatie- of activeringskosten voor het aanbevolen tariefplan en (bij een koppelverkoop) de nog verschuldigde kosten voor bepaalde apparatuur, zoals een smartphone.
“Tot slot moet de mededeling duidelijk zichtbaar zijn en mag ze niet verdwijnen tussen andere commerciële of administratieve boodschappen”, stelt het BIPT. Maar de gedragseconoom betwijfelt of die strengere regels het probleem volledig kunnen oplossen.
MATHIAS CELIS. “Het is zeker een verbetering. Maar wat is de eerste reflex van mensen wanneer ze plots worden gecontacteerd door een telecombedrijf met een aantrekkelijker aanbod? Sales resistance. We vertrouwen het niet, en zijn bang om in het zak te worden gezet.”
Wat zou dan wél werken?
MATHIAS CELIS. “Wel, we zijn sociale dieren. Dus maak het sociaal en kenbaar. Ik denk dan aan een factuur met een groene smiley als je goedkoper uit bent dan je buren, of een boze rode smiley wanneer je meer betaalt. Of laat de consument concreet zien hoeveel euro mensen uit je buurt gemiddeld goedkoper uit zijn met ongeveer eenzelfde verbruik of profiel. Onderzoek toont aan dat dit soort sociale informatie – wat doen mensen zoals ik, wat doen mijn buren? – wél kan aanzetten tot actie, omdat je dan een vertrouwd vergelijkingspunt hebt. Het moet wel laagdrempelig blijven, bijvoorbeeld met een link of QR-code die je zonder aanmeldgedoe meteen naar de prijsvergelijking doorsluist. De boodschap moet bovendien afkomstig zijn van een neutrale, niet-commerciële partij die niet pushy is en geen argwaan wekt. Daar zou zeker een rol weggelegd kunnen zijn voor de overheid.”
Voor wie vandaag al een uitgebreide vergelijking van 's lands telecomtarieven wil maken, is er de prijsvergelijker van het BIPT zelf: BesteTarief.be. De telecomregulator raadt consumenten aan om deze tool regelmatig te gebruiken.
Michel van der Ven