Het Nieuwsblad · Chloë Stylemans · 17 November 2025
Tijdens de finale van ‘De verraders’ werd er gevloekt en geweend, gingen er dolken door harten en stond vriendschap op de helling. Het is ‘maar een spelletje’, maar dat bleek iedereen even te vergeten. Waarom toch? Volgens experts gaat het verder dan ‘slecht tegen je verlies kunnen’.
“Zelfs de keiharde ex-beroepsmilitair Yannick Noben werd heel soft. Dat is te begrijpen, want het spel draait om vertrouwen en wantrouwen. Die essentiële gevoelens snijden soms diep.” Aan het woord is Bjorn Hamal, maker van het programma De verraders op VTM. Een soort Weerwolven waarbij vier verraders onder de radar van de bondgenoten moeten blijven. Het zorgde voor emotionele taferelen tijdens de laatste aflevering. Yannick Noben vond het ‘laf’ als de verrader hem voor de meet vermoordde. Hij kon niet anders dan zoiets persoonlijk te nemen. Clémentine Caron sneuvelde effectief voor de finale en liet haar tranen de vrije loop. “Vuile, vuile, vuile verrader”, klonk het.
De bubbel
Actrice Lynn Van den Broeck werd aan de laatste ronde tafel op de rooster gelegd en dat deed haar “enorm veel pijn”. “De vermoeidheid na tien dagen nam toe, waardoor ik emotioneler was”, vertelt ze nu. “Ik ben van nature niet heel competitief als we thuis een gezelschapsspel spelen, maar in het kasteel word je een pion op een reuzengroot bordspel. Dan sta je er psychologisch helemaal anders in. Je wil het spel spelen, niet half-en-half. Je bent niet bezig met een wereld buiten het kasteel.”
De makers zetten daar actief op in door een soort bubbel rond de kandidaten te creëren, aldus Bjorn Hamal. “Er is weinig afleiding, in principe ook geen gsm. Al mogen de kandidaten om de vier dagen wel even naar huis bellen. Als maker houden we ook afstand, het is niet dat we nog samen een pint drinken zoals bij andere producties. Zo zijn kandidaten vooral bezig met het spel. Vanaf dag vier raken de meesten echt opgeslokt. Sinds vorig jaar voorzien we wel een tablet met Netflix voor wie wil ontspannen, maar we merken dat kandidaten liever naar de bar gaan, zodat ze niets van de gesprekken missen.”
Gedragswetenschapper Mathias Celis (UGent) zegt dat zo’n sterk afgebakende omgeving zorgt dat mensen in een spel worden getrokken. “In een kasteel, weg van de buitenwereld, versnellen de psychologische processen. Je wereld wordt kleiner, bepaalde signalen groter, het wantrouwen staat op scherp. Het doet denken aan ‘The Stanford Prison Experiment’, waarbij studenten willekeurig de rol van gevangene en cipier toegewezen kregen. Dat toonde pijnlijk hoe mensen te erg opgingen in die rollen.”
In het kasteel worden termen als ‘verbannen’ en ‘vermoord’ gebruikt en wordt een begrafenis nagebootst. “Dat helpt om mensen onder te dompelen. Het brein zal die fictieve context bijna als echt gaan zien. Want er komt geen informatie van de buitenwereld binnen. Dat samen met slaaptekort zorgt dat mensen sterk reageren.” Volgens Celis worden kandidaten dus niet per se meegesleurd door een spel, wel in een andere realiteit van dat spel.
Oerbrein
Daarnaast is er in het spel dreiging, waardoor ons oerbrein onopgemerkt in werking treedt. “Door de sociale dreiging reageert het brein bijna net zoals bij fysieke dreiging. ‘Wie kan me uitschakelen, wie kan ik nog vertrouwen?’ Een automatische piloot neemt het over, ook al is er dat rationeel besef dat het spel niet echt is. Door adrenaline en stress aan die ronde tafel, verval je ook sneller in kokerdenken. Je denkt onder stress meer zwart-wit en zonder nuance. Op den duur wil je enkel zien wat je wilt zien.”
Lynn herkent dat. Anderen dachten plots dat ze een verrader was. “Het was opmerkelijk dat mijn goede intenties plots anders werden opgevat”, zegt ze. “Ik was een gedreven bondgenoot en ging ervan uit dat de andere dat ook zo zagen, maar het is en blijft een spel waar we allemaal als eens een tunnelvisie hebben gehad.” Volgens Celis kan een (gezelschaps)spel raken aan je identiteit. “Bij spelletjes als ‘Secret Hitler’ of Monopoly gebeurt het soms dat relaties onder druk staan door te bluffen of geheimhouding. In een spel gelden andere normen en waarden. Liegen en bedriegen is de opzet. Iemand die zich oprecht opstelt en toch in dat vertrouwen bedrogen wordt, raakt gekwetst.”
“Mensen zeggen ook vaak ‘Ik zweer het’ en ‘Ik beloof dat ik niet lieg’. Dat gaat over een dieper niveau van vertrouwen, als er dan toch bedrog is, stellen sommigen de vriendschap fundamenteel in vraag.” Ook al zit je in een bepaalde rol, je wil niet dat mensen je negatief evalueren. “Het gaat om een ‘morele reputatie’. Verliezen is niet erg, maar onrechtvaardig verliezen wel.”
Piekeraars
Ook motivatie speelt een rol. “In competitieve spelomgevingen reageren mensen sterker op verlies, onrecht of sociale uitsluiting dan op het vooruitzicht van winst. Dat maakt de emoties intenser dan ze zelf verwachten.” Al hangt dat gigantisch van persoon tot persoon af, zegt Celis. “Het gaat niet alleen om slecht tegen je verlies kunnen. Eerder om hoe stressgevoelig iemand is en hoe groot het belang is om aanvaard te worden in een groep.” Er kan bijna een profiel worden gemaakt van wie meer opgaat in een spel. “Mensen die sneller stress ervaren, die dubbelzinnigheid als dreiging zien, die vaker piekeren en die controle willen houden, zijn doorgaans gevoeliger om zich te verliezen in het spel.”
De makers zien ook dat sommige kandidaten het heviger spelen dan anderen. “Er vallen eens harde woorden. Als kandidaten achteraf zeggen dat ze te ver gingen en daar spijt van hebben, tonen we begrip en halen we dat uit de montage. Anderen beseffen dan weer goed dat het een spel is. Hoe langer iemand in het spel zit, hoe moeilijker het wordt om dat te zien. We casten daarnaast ook competitiebeesten. Je kunt het spel kapot relativeren, maar dat cynisme heeft weinig zin. Je moet willen meegaan in het verhaaltje.”
Chloë Stylemans